Contact

Matthijs van Miltenburg
Europees Parlement
ASP 8G217
Wiertzstraat 60
1047 Brussel
België
matthijs.vanmiltenburg@ep.europa.eu

Team:

Anne Hartman, beleidsmedewerker
(Transport en Toerisme)
anne.hartman@ep.europa.eu
+32 228 37724

Menno van der Kamp, beleidsmedewerker
(Transport en Toerisme)
menno.vanderkamp@ep.europa.eu
+32 228 37724

Persvoorlichting

Anne-Ruth Schussler
AnneRuth.schussler@europarl.europa.eu
+32 484 201518

D66 delegatie Europees Parlement

Janneke Stalenhoef, office manager
johanna.stalenhoef@ep.europa.eu
+32 228 38724

Logo D66 Logo D66

Matthijs

van Miltenburg

Europarlementariër D66

Terug naar het overzicht

Ultra-perifere gebieden, welke toekomst voor Nederland?

Les RUPs, quel avenir pour les Pays-Bas?


Vorige week stemde het Europees Parlement over een rapport over de ultra-perifere gebieden (‘outermost regions’). Deze gebieden, waaronder de Canarische Eilanden, Madeira, de Azoren, Martinique, Mayotte, Guadeloupe, Frans-Guyana, Réunion, en Saint-Martin maken deel uit van de Europese Unie en de interne markt. Ze mogen daarom niet worden buitengesloten. In sommige programma’s wordt rekening gehouden met hun bijzondere geografische situatie. De Nederlandse Antillen hebben ook een bijzondere status, maar zij komen niet in aanmerking voor Europese Structuur- en Investeringsfondsen. Ik zal een verkenning starten om te zien wat de EU voor de Caribische Koninkrijksdelen in het gebied kan betekenen.

Jullie kunnen hieronder mijn plenaire spreektekst vinden over het rapport over de bevordering van cohesie en ontwikkeling in de ultraperifere gebieden van de EU:

Voorzitter,

Ik wil de rapporteur, meneer Omarjee bedanken voor het werk dat is verricht.

Er ligt grote afstand tussen de ultraperifere gebieden en het Europese Continent.

Maar sinds ik een aantal van deze regio´s bezocht heb, is de gevoelsafstand voor mij verkleint.

Ik draag deze gebieden én hun bevolking een bijzonder warm hart toe.

De ultraperifere gebieden zijn integraal onderdeel van de Europese Unie.

Maar vanwege hun specifieke geografische ligging worden zij gesteld voor bijzondere uitdagingen in hun ontwikkeling.

Het is dan ook niet meer dan logisch dat wij Europees beleid daar waar nodig aanpassen aan hun speciale situatie.

En daarbij komt artikel 349 om de hoek kijken.

Artikel 349 legt de juridische basis voor maatwerk in beleid.

En de Europese Commissie mag daar best innovatief mee omgaan.

Maar specifieke maatregelen voor de ultraperifere gebieden moeten wel in balans blijven.

Wellicht dat in het rapport soms iets te enthousiast wordt opgeroepen voor onder meer extra steun voor producenten van bananen, van rietsuiker en voor de melkproductie op de Azoren.

Ik onderschrijf echter de globale strekking van het rapport.

En laten we vooral ook de kansen zien voor de ontwikkeling van ultraperifere gebieden.

Of het nu gaat om duurzame energieopwekking, het versterken van de unieke biodiversiteit, het toerisme of de Blue Economy.

Laten we die kansen verzilveren in het cohesiebeleid.

De ultraperifere regio´s kunnen dan de “eilanden van excellentie” worden.

Duurzaam verbonden met Europa!  Dank u!

La semaine dernière, le Parlement européen a voté un rapport sur les régions ultrapériphériques (‘ Outermost Regions’). Ces zones, qui comprennent les Îles Canaries, les Açores, Madère, la Martinique, Mayotte, la Guadeloupe, la Guyane, la Réunion, et Saint-Martin, font partie de l’Union européenne et du marché intérieur. Elles ne devraient donc pas être exclues. D’ailleurs, certains programmes tiennent compte de leur situation géographique particulière. Les Antilles néerlandaises ont aussi un statut spécial, mais elles ne sont pas éligibles aux fonds structurels et d’investissement européens. Je vais, de ce fait, commencer à explorer pour voir ce que l’UE peut apporter aux îles antillaises du Royaume des Pays-Bas.

 

Vous pouvez lire ci-dessous mon discours lors de la session pléniaire de juillet à propos du rapport sur ”promouvoir la cohésion et le développement dans les régions ultrapériphériques de l’Union:

 

Merci Monsieur le Président,
Je tiens tout d’abord à remercier le rapporteur M. Omarjee, pour tout le travail réalisé.
Il y a une grande distance entre les régions ultrapériphériques et le continent européen.
Mais vu que moi-même je me suis rendu dans certaines de ces régions, cette distance est plus courte.
Ces régions et leurs populations m’ont accueilli avec beaucoup de chaleur.

Les régions ultrapériphériques font partie intégrante de l’Union européenne.
Mais en raison de leur situation géographique spécifique, elles sont exposées à des défis particuliers en matière de développement.

Il est donc tout à fait logique que nous, au niveau de la politique européenne, et si nécessaire, nous nous adaptions à  leur situation particulière.
Et on en arrive à ce fameux article 349, dont on a beaucoup parlé.

Cet article 349 c’est la base juridique pour des mesures spécifiques dans la politique européenne.
Et la Commission européenne devrait travailler avec ces mesures en faisant preuve d’inventivité.
Mais ces mesures spécifiques pour les régions ultrapériphériques doivent rester équilibrées.

Et selon nous, parfois il y a un peu trop d’enthousiasme dans le rapport afin d’accorder un soutien supplémentaires aux producteurs de bananes, de canne à sucre ou de produits laitiers dans les Açores.
Mais je dois dire qu’en ce qui concerne la tendance et l’orientation générale du rapport, je la soutiens pleinement.

Il y a également une possibilité de développement des régions ultrapériphériques, qu’il est important d’offrir.

Que ce soit en matière du renforcement de la biodiversité, du tourisme, de la croissance bleue, ou de l’énergie renouvelable également.

Si nous saisissons cette chance avec les aides des fonds de cohésion, les régions ultrapériphériques pourront devenir ce que j’appelle des ‘’îles d’excellence’’.

Durables, et reliées au reste de l’Europe,

Merci beaucoup.

Er zijn nog geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

* *

Laatste Blog

Event Safeguarding competition in air transport

In samenwerking met Europeans for Fair Competition (E4FC) organiseerde ik afgelopen dinsdag een event over het tegengaan van oneerlijke concurrentie in de luchtvaart. De versterking van het concurrentievermogen van de Europese luchtvaartsector vraagt om een geharmoniseerde aanpak. We moeten gezamenlijk optreden tegen oneerlijke concurrentie door luchtvaartmaatschappijen uit derde landen. Tijdens het event ging ik hierover…

Debat passagiersrechten

Gisteren sprak ik in het Europees Parlement over de situatie rondom het annuleren van talloze vluchten door Ryanair. Passagiersrechten in de luchtvaart moeten worden nageleefd. De vliegtuigmaatschappij moet zich houden aan de regels die gelden voor het compenseren van passagiers bij annulering van vluchten. Zie hieronder mijn toespraak.     Voorzitter, Waar draait het om…